Biestmanagement is één van de onderdelen die bepalen of een pasgeboren kalf later zal uitgroeien tot een rendabele, duurzame, sterke melkkoe. Hoe zorgt u voor optimale hygiëne bij de biestwinning, hoe verkrijgt u biest van de beste kwaliteit en wat zijn de voordelen van biest pasteuriseren? In dit artikel gaan we in op deze en andere belangrijke vragen. Zo weet u na het lezen van dit artikel hoe optimaal biestmanagement bijdraagt aan een goede beginontwikkeling van het kalf, de toekomstige melkproductie en de uiteindelijke levensproductie van de koe.

Allereerst een korte introductie in het belang van biest en goed biestmanagement. Biest is de basis voor een gezonde kalveropfok. In de eerste 24 uur na de geboorte van een kalf is het dan ook cruciaal dat het kalf de juiste hoeveelheid biest tot zich krijgt. De belangrijke antistoffen immunoglobuline (IgG’s), die het kalf door biestverstrekking binnenkrijgt, heeft het kalf nodig om te blijven leven. Zonder de juiste biestverstrekking (te weinig, te laat of biest met kiemen) ondervinden het kalf en de melkveehouder daar (levenslang) de nadelen van: minder groei, meer ziekte en minder melkproductie als melkkoe.

Door goed biestmanagement toe te passen realiseert u:

  • betere kalvergezondheid;
  • optimale benutting van de groeiresultaten;
  • meer arbeidsgemak en arbeidsplezier;
  • vermindering van antibioticagebruik;
  • hogere inkomsten.

Tips voor optimale biestvoorziening

Voedingsschema biest

Een pasgeboren kalf heeft drie tot vier dagen biest nodig. In de eerste vier levensuren is het vermogen van het kalf om antistoffen op te nemen het grootst. Het darmslijmvlies van het kalf absorbeert de immunoglobulinen in niet-afgebroken vorm optimaal tijdens deze eerste vier uren. Ons advies is dan ook om ervoor te zorgen dat het kalf binnen drie uur minimaal vier liter ‘kiemvrije’ biest krijgt. Het liefst warme biest van 40°C, zo dicht mogelijk bij de lichaamstemperatuur van het kalf. Dit stimuleert de drinklust in positieve zin. De opnamecapaciteit neemt met het uur af en is na 24 uur nagenoeg verdwenen. Wees er dus op tijd bij!

In het eerste uur na de geboorte moeten we ernaar streven dat het kalf idealiter tien procent van het geboortegewicht aan ‘gemeten’ biest binnen krijgt. Het meten van de biest kan zeer eenvoudig met een refractometer. Een zogenaamde brixwaarde van 22 of hoger is wenselijk. Goede biest bevat ca. 45-50 mg IgG/ml. Acht tot tien uur na de geboorte kunt u het kalf nog eens vijf procent of meer laten drinken als het kalf dat drinken wil.

Als basisprincipe hanteren we bij Quality Calf voor de eerste dag een hoeveelheid biest van minimaal 15% van het geboortegewicht. In de praktijk komt dat neer op zes tot zeven liter biest. Bewaar overige biest in een koelkast.

Op de tweede t/m de vierde dag adviseren wij om de biestmelk/transitiemelk (de melk ná de eerste biest die nog niet aan de fabriek geleverd mag worden) te verstrekken. Streef qua hoeveelheid naar twee keer daags ca. 2,5 liter, afhankelijk van het geboortegewicht van het kalf. Ook hier adviseren wij weer om de melk op te warmen naar een drinktemperatuur van 40°C, bij voorkeur gegeven met de speenemmer met de speen op een hoogte van ca. 70 cm.

Met name de eerste dagen heeft het zuigen van het kalf een positieve invloed op het verteren van de melk, de slokdarmsleufreflex en de enzymproductie door extra speekselproductie. Belangrijk is ook dat het kalf deze melk (snel) opdrinkt en dat er niet urenlang een plas koude melk in de speenemmer blijft staan.

Kwaliteit & hygiëne van de biest

De eerste biestverstrekking geeft het kalf belangrijke antistoffen, voedingsstoffen in hoge concentraties, groeifactoren en andere bioactieve stoffen. Omdat het immunoglobulinegehalte in de biest na verloop van tijd daalt moet het melken van de biest binnen de eerste twee uur na de geboorte plaatsvinden. Het beste is om de biest binnen 30 minuten na de geboorte te melken. 12 uur na het afkalven zal de biestkwaliteit, oftewel het aandeel IgG’s, ca. 40% lager zijn.

Essentieel hierbij is het gebruik van hygiënisch materiaal. Maak gebruik van wegwerphandschoenen en voorgereinigde spenen en maak uw melkgerei grondig schoon. Zo zorgt u ervoor dat het kiemgehalte (cfu) in de biest zo laag mogelijk blijft. Het doel moet zijn: <100.000 cfu/ml aan kiembelasting in vers gemolken biest. Uit onderzoeken blijkt dat in de praktijk de gemiddelde bacteriële belasting ruim 500.000 cfu/ml is.

Gezonde uiers produceren nagenoeg kiemvrije biest; het zijn de handen, het melkgerei, de (speen)emmers, de spenen en andere materialen die vaak voor verontreinigingen in de biest zorgen. Die kiemen kunnen weer zorgen voor diarree en een bemoeilijkte opname van antistoffen door het kalf.

Enkele weetjes en feiten over biestkwaliteit:

  • Biest wordt in de praktijk te vaak over gegoten, gemiddeld 2,5 keer.
  • Biest wordt te lang op omgevingstemperatuur bewaard. Ruim de helft van de biest (>54%) staat langer dan 60 minuten voor het verwerkt of gevoerd wordt. De verdubbeling van de aanwezige bacteriën is een factor 3 per uur.
  • Biest wordt te lang gekoeld opgeslagen. Biest uit de koelkast (4°C) bevat 10 x meer bacteriën dan verse biest. Bewaar biest daarom maximaal 1,5 dag in de koelkast.

Hoe lager het kiemgehalte in de biest, hoe beter de hygiëne en hoe hoger de groei per kalf per dag. Het effect van de hygiëne van de biest op de groei van uw kalveren wordt helder weergegeven in onderstaande grafiek:

bron: Marc Boelhauve

Biest pasteuriseren

Over het wel of niet pasteuriseren van biest bestaan uiteenlopende meningen. Laten we vooropstellen dat het ook zonder te pasteuriseren mogelijk is om een prima biestmanagement en een duurzame kalveropfok te realiseren. Door wél te pasteuriseren kiest u echter voor meer efficiëntie, minder verspilling, meer controle en een gezondheidsstatus van een nog hoger niveau.

Uit wetenschappelijk onderzoek is namelijk gebleken dat de bacteriële kiembelasting in biest, gevoerd voor de eerste maal, erg hoog is. Tevens heeft onderzoek aangetoond dat door pasteuriseren van biest alle bacteriële en virale pathogene worden geëlimineerd. Vele van deze pathogene (ziekteverwekkers) hebben een zeer nadelig effect op de ontwikkeling van het kalf. Door het voeren van gepasteuriseerde biest is de opname van immuunglobulinen significant hoger dan bij het voeren van niet gepasteuriseerde biest. Kortom: een groot voordeel! De volgende pathogenen worden geëlimineerd na pasteuriseren:

  • Salmonella spp.
  • Campylobacter jejuni
  • Para TBC Mycobacterium avium subsp. Paratuberculose (Johne’s)
  • Escherichia coli
  • Mycoplasma spp.
  • Pasteurella
  • Listeria monocytogenes
  • Staphylococcus aureus
  • Mycobacterium tuberculosis
  • Bovine Leukosis Virus
  • (M. bovis)
  • (Brucella abortus)

De praktijk leert dat juist de moderne, vooruitstrevende melkveehouder kiest voor pasteuriseren. Door biest te pasteuriseren kan de melkveehouder een grote stap maken in het verder optimaliseren van zijn of haar kalveropfok en het reduceren van antibioticagebruik. Met het juiste biestmanagementsysteem kiest u voor tijdswinst, een langere levensduur en biest van de beste kwaliteit. Kortom: u zet de puntjes op de i.

Store & Thaw managementsysteem

Quality Calf is officieel exclusief distributeur van het Store & Thaw biestmanagementsysteem van Pyon. Dit systeem maakt een uiterst efficiënte biestverzameling mogelijk zodat het kan worden getest en ingevroren voor later gebruik. De biest kan bovendien binnen 15 tot 20 minuten worden ontdooid zonder daarbij de waardevolle immunoglobulinen te beschadigen. Voor het ontdooien en pasteuriseren wordt gebruik gemaakt van de Store & Thaw Bain-Marie: een geïsoleerd bad met deksel dat tot 16 liter per uur kan ontdooien.

Lees hier meer over het Store & Thaw managementsysteem

Persoonlijk advies over uw biestmanagement?

Streeft u ook naar een efficiënter en kwalitatief biestmanagement om uw kalveren de beste start te geven? Quality Calf zet samen met u de puntjes op de i. We komen graag vrijblijvend bij u langs voor een kennismaking en advies op maat.